Het is een nieuwe dag in de bergen en door een uitgestrekte alpenweide klim ik een behoorlijk steile berg op. Zweetpareltjes glinsteren op mijn armen en de zon brandt genadeloos op mijn verhitte huid. Ik sta even stil en laat mijn ademhaling tot rust komen, luisterend naar het inmiddels vertrouwde geklingel van de vele koeienbellen. Ik kijk naar boven en pep mezelf op. Nog een klein stukje! Nog een paar meter tot die paal daar, dan naar die paarse bloemen en dán ben ik boven. Ik neem een diepe ademteug, recht mijn rug, prent mijn stokken met flinke kracht in de aarde en klim het laatste stukje verder omhoog. Nog voordat ik over de top kan kijken zorgt een verkoelende frisse wind die over de bergrug strijkt ervoor dat een huivering door mijn lichaam trekt. Nog een laatste krachtige stap en ik kijk naar de andere kant! Ver onder mij ligt het stadje waar ik vandaag naartoe ga. Ik zie de kerktoren in het midden en de typische alpenhuisjes die met hun voorgevel allen dezelfde kant op staan. Daken zijn steenrood of bruin. Gevels gebroken wit of lichtgeel. Enkele wegen kronkelen zich als slangen door het berglandschap en boerderijen staan willekeurig verspreid op de hellingen. Nog even blijf ik kijken. Mijn huid is inmiddels gewend aan de frisse wind en ik geniet volop van het uitzicht. Ik draai me om en kijk terug naar waar ik vandaan kom. Ik weet het niet precies. Achter die berg? Of toch die andere… Ik zie de hoogteverschillen die ik heb overbrugd en verwonder me eens te meer dat ik, zowel fysiek als mentaal in staat ben om zulke afstanden af te leggen. De bergen, de natuur, de zon de frisse wind en de vrijheid geven me eindeloze kracht!

Verlangen naar vrijheid

Enkele maanden geleden, in aanloop naar deze reis, was ik mijn spulletjes aan het inpakken in mijn huisje in Zeist. Een stuk of wat gevulde verhuisdozen waren, sinds ik daar woonde, nog onaangeraakt. De inhoud van die dozen bestond voornamelijk uit spulletjes van vroeger. Kritisch bekeek ik de inhoud en selecteerde ik wat ik nog wilde bewaren. Diep weggestopt in één van deze dozen vond ik mijn favoriete kinderboek: Heidi en Peter in de bergen. Ik pakte het boek en streek over de gehavende omslag. Het verhaal kon ik me niet meer precies herinneren – het is misschien wel dertig jaar geleden dat ik dit boek voor het laatst las – maar des te meer de emotie die ik als kind ervaarde bij het lezen van dit boek. Een emotie die ik direct weer kon voelen toen ik het boek in mijn handen had. Een intens verlangen naar vrijheid, dat ik destijds door het lezen van dit boek op een bepaalde manier kon vervullen.
Ik pakte een kop thee, liet de dozen voor wat ze waren, plofte op een stoel en sloeg het boek open.

Heidi in de bergen

Het verhaal gaat over de kleine Heidi die bij haar opa hoog in de bergen woont. Heidi houdt ontzettend van de bergen en doet niets liever dan dag in dag uit met Peter, de jonge geitenhoeder, de bergen in trekken. Dagelijks klimmen ze met de geiten omhoog en genieten hoog in de bergen van een dikke snee brood, een stuk kaas en verse geitenmelk die opa hen heeft meegegeven. ’s Nachts slaapt Heidi in haar bedje op de hooizolder en kan ze zich eindeloos verwonderen wanneer er een hevige onweersbui door de bergen trekt. Heidi is gelukkig en zo vrij als een vogel.
Tot het moment dat ze door haar tante wordt opgehaald om Klara, een gehandicapt meisje in een groot, luxe huis in Frankfurt, te vergezellen. Het hoofdstuk hierover heet toepasselijk Het vogeltje wordt gekooid.

Heidi en Klara worden dikke vriendinnen maar toch maakt de vriendschap Heidi niet gelukkig. De dikke muren waartussen ze in Frankfurt leeft benauwen haar. Telkens weer voelt ze een diepe teleurstelling wanneer ze de gordijnen opentrekt en grijze, grote gebouwen ziet in plaats van de door haar zo geliefde bergen. Ook de luxe van het grote huis en de lees- en schrijflessen kunnen niet voorkomen dat Heidi ziek wordt van heimwee. Heimwee naar de bergen, heimwee naar de natuur, heimwee naar vrijheid. Een oplettende dokter besluit dat het beter is om Heidi terug te sturen naar de bergen. Wanneer Heidi dat hoort heeft ze groot verdriet omdat ze Klara moet achterlaten, maar tegelijk stroomt haar hartje over van geluk. Het vogeltje is weer vrij!

Met het verhaal van Heidi nog vers in mijn geheugen loop ik nu zelf in de bergen. Het verlangen dat ik als kind voelde bij het lezen van Heidi en Peter is geen verlangen meer maar werkelijkheid. Ik vind een bankje, gooi mijn rugzak naast me en besmeer een dikke plak brood met La Vache qui rit. Met mijn ogen dicht lijkt het net échte Zwitserse roomkaas en ik voel me een klein beetje Heidi. De elementen waar ik hier in de bergen zo dichtbij ben geven me energie. De warmte van de zon, de zuivere berglucht, de klank van het stromende water van de vele bergbeekjes en de stevige grond onder mijn voeten zorgen ervoor dat ik intens leef.

De grote stad

Hoe anders was dat toen ik laatst in de grote stad was. Met een verrukt gevoel naderde ik Innsbruck. Na zoveel tijd in kleine dorpjes zou ik dadelijk echt weer in een stad zijn! Het uitzicht over de stad van waar ik liep was fantastisch en verheugd zette ik een stapje harder. Ik liep regelrecht naar de Dom en met een grote glimlach zette ik een prachtige stempel in mijn pelgrimspaspoort. Ik liep het oude centrum in en trakteerde mezelf op een colaatje op een terrasje. Ik dronk de cola langzaam en besefte me dat ik aan het tijdrekken was. Ik bleef zo lang mogelijk op het terras zitten, want wat moest ik eigenlijk doen in de stad? Uiteindelijk stond ik toch op en besloot wat rond te wandelen. Toeristen slenterden voorbij, maakten foto’s. Locals vonden zelfverzekerd hun weg. En ik, ik liep doelloos rond, keek naar enkele belangrijke gebouwen maar ik zag ze niet echt, ik kon er geen oprechte aandacht voor opbrengen. Voor mij voelde deze stad als een domper. En niet alleen deze stad. Het was alwéér een stad die me teleurstelde.

Voor het eerst durfde ik aan mezelf toe te geven dat ik grote steden, op een enkele uitzondering na, niet leuk vind. Ik merkte dat ik dit een moeilijk besef vond, het voelt bijna alsof dat maatschappelijk niet geaccepteerd is. Want citytrippen is toch hip en leuk?! Steden zijn toch the place to be?!
Toch besef ik me nu sterker dan ooit dat ik me niet gelukkig voel in de stad en ik stop dan ook maar met het ophouden van de schijn. Musea? Ik houd er niet van. Slenteren door straatjes en steegjes? Ik vind het een half uur leuk, daarna niet meer. Het voelt alsof al het steen en beton de energie uit me weg zuigt. Na een half uur slenteren in welke stad dan ook zijn mijn voeten, die me buiten de stad probleemloos zo vele kilometers dragen, ontzettend moe en heb ik heimwee naar de natuur en de kleine dorpjes. Ik voel me eenzaam en verloren in de stad, een gevoel wat ik in de natuur zelden ervaar.
Het verlangen dat ik altijd heb gehad om de stad leuk te vinden is gedreven door de maatschappelijke visie op ‘wat leuk hoort te zijn’. Dat beeld is blijkbaar zo sterk is dat ik het zelf ben gaan geloven. Vergelijk het met de overtuiging dat een dun postuur mooi is of dat Netflix leuk is. Ook overtuigingen die bepaald zijn door de maatschappij, door onze cultuur, maar die niet perse bij mij passen.

“Society, have mercy on me
I hope you’re not angree
if I disagree
Society, crazy and deep
I hope you’re not lonely
without me”

Eddie Vedder

Kiezen voor wat ik wil

Net zoals Heidi heb ik ook mijn vrijheid en de natuur om me heen nodig. Dat kunnen de bergen zijn, zoals op dit gedeelte van mijn reis door Zwitserland, maar het kan net zo goed de Hollandse polder zijn, die mijn vader me zo heeft leren waarderen. Toch is het begrip vrijheid voor mij nog zoveel groter dan een leven in de natuur. Vrijheid gaat niet om vrijgezel zijn of geen baan hebben. De essentie van vrijheid is voor mij om me te binden aan dat wat bij mij past, wat mij gelukkig maakt. Vrijheid is kiezen voor wat ik wil, en niet voor de standaarden van de maatschappij of voor wat een ander gelukkig maakt.

Categorieën: Uncategorized

8 reacties

Marijke · augustus 28, 2020 op 18:21

Wow Heidi! Wat een verhaal. Pluk de dag en geniet van het leven!

Serge · augustus 29, 2020 op 06:50

Wat een mooi verhaal over je eigen vrijheid nemen. Geniet van je vrijheid!

Angelique · augustus 29, 2020 op 07:56

Wat kun je toch (h)eerlijk schrijven. Fijne ‘reis’ verder.

Lisette · augustus 29, 2020 op 16:48

Wat een mooi verhaal! Je schrijft echt heel goed. Ik vind het super fijn om jouw verhalen te lezen en de mooie natuur in jouw blogs voorbij te zien komen, dankjewel!

Carin · september 1, 2020 op 20:15

Mooi geschreven weer Magda! Geniet van wat nog komen gaat. Xx

Alynn · september 3, 2020 op 09:36

Hi Magda, wat moet het een heerlijk gevoel zijn die ijle lucht, zon en wind om je heen!
Je wordt niet blij van de stad? Ik herken en erken wat je schrijft. Bijzonder. Laat mij maar dwalen in de vrije natuur. Daar krijg ik bergen energie van. Nog heel fijne wandeldagen toegewenst.

Esther · september 8, 2020 op 16:03

Wauw wat mooi… En zo herkenbaar! Ik hou ook helemaal niet van steden! Liever bos, heide, buiten. Geniet van je reis! xxx

Petra · september 15, 2020 op 17:12

Om bij weg te dromen, zo mooi weet je het te verwoorden. En zeker herkenbaar. Ik ben opgegroeid in Amsterdam maar woon sinds een paar jaar nu buiten en heb mij nog nooit zo senang, vrij en thuis gevoeld als nu. Bedankt weer.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.